Alexandra: Gezelschap

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Alexandra: Gezelschap
Alexandra Geschreven door:
Alexandra,
Juli 2011

Daar sta ik dan, voor een grote spiegel, oog in oog met mijn grootste angst. Ik durf niet te gillen.

Ik durf niet eens te bewegen. Mijn lippen hou ik stijf op elkaar. Één flinke klap en hij gaat eraan, maar ik durf het niet.

Eerder…
Ik kijk naar de wekker die op mijn nachtkastje staat: 2 uur ’s nachts. Ik moet nu echt dit spannende en meeslepende boek wegleggen, anders ben ik morgen een zombie met wallen tot mijn kin.

Zuchtend leg ik het boek op mijn nachtkastje. Hoe zal het aflopen? Zal iemand haar redden?

Boeken lezen is eigenlijk een pure marteling! Bij films weet je tenminste hoe het afloopt na zo’n anderhalf uur.
Ik doe lichtelijk geïrriteerd mijn leeslampje uit en trek de deken over mij heen. Als ze het maar overleeft…

Ineens voel ik iets kriebelen over mijn bovenarm. Ik verstijf. De kriebel kruipt omhoog, via mijn nek, naar mijn gezicht. Daar stopt de kriebel. Het zal toch niet… Er zit nu toch geen...

Met mijn ogen nog dicht en mijn lippen stijf op elkaar duw ik langzaam de deken weg en stap uit bed.

Voetje voor voetje kom ik bij het lichtknopje dat mijn hele kamer verlicht. Met mijn handen probeer ik mijn kast te vinden die naast het lichtknopje staat. Ik sta nu voor mijn kastdeur, waarvan ik weet dat er een grote spiegel aan hangt.

Langzaam doe ik mijn ogen open en mijn gezicht wordt ineens lijkbleek. Ik wil het uitschreeuwen, maar hou heel verstandig mijn mond.  Ik wil diep ademhalen om mezelf te kalmeren, maar dit is niet mogelijk. Ik geef geen krimp, maar ik ben niet de enige.
Zo vies donkerbruin, zo dik, zo harig en, niet normaal, zo groot! Het monster met de acht poten verroert zich niet op mijn rechterwang. Gelukkig maar, want ik zou maar een dolle hyperactieve spin over mijn gezicht hebben lopen. Echter, op dat moment bedenk ik me niet dat het nog erger kan.

Wat moet ik doen?  112 bellen? Als ik daarvoor mijn mond niet open hoefde te doen, zou ik het doen. Verdorie, rotbeest. Ik ben honderd keer groter dan jij!  Ben jij niet bang voor mij? Vlucht, spring van mijn wang af, nu het nog kan! Hoe hard ik hem ook in mijn gedachten wegschreeuw, de spin blijft natuurlijk eigenwijs zitten. 

En zo sta ik daar dan; bezweet en verstijfd staar ik naar die griezel. Nog even en de zweetdruppeltjes van mijn voorhoofd vallen op de spin. Zal het achtpotige monster dan gewekt worden? Één ding is zeker; ik ben morgen een zombie met wallen tot mijn kin.