Carla: Kattenvrouwtje

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Carla: Kattenvrouwtje
Carla Geschreven door:
Carla,
Juli 2011

De oude vrouw schuifelde door de kamer op weg naar haar geliefde leunstoel.  Tijdens haar tocht schoten meerdere katten langs haar heen.  Het was een uit de hand gelopen hobby, zei ze wanneer de zeldzame gelegenheid zich voordeed dat ze andere mensen sprak.

Het begon jaren geleden met twee, maar steeds als ze zo’n klein bolletje knuffelgehalte zag, moest ze het mee naar huis nemen. 

Maar met de jaren kwam ook de aftakeling en de vrouw was op een gegeven moment gestopt met stofzuigen en schoonmaken. Het huis was doordrongen van de penetrante stank van kattenpis en voederbakken die steeds weer werden gevuld, maar nooit schoongemaakt.

Ze was bij haar stoel aangekomen en liet zich erin zakken. Glimlachend keek ze rond hoe haar lievelingen zich met elkaar vermaakten.
Hoeveel had ze er nu eigenlijk, vroeg ze zich af. Ze begon te tellen, maar raakte de tel algauw weer kwijt. Ze zat een tijdje en sukkelde in slaap. Dat overkwam haar steeds vaker dat ze zomaar, midden  op de dag, in slaap viel. Met een schok werd ze weer wakker. Haar ogen dwaalde naar de grote pendule aan de andere kant van de kamer. Drie uur ’s middags. Ze wilde opstaan maar kon haar benen niet bewegen.

Geschrokken keek ze naar beneden. Er was niets vreemds te ontdekken, maar hoe ze ook probeerde, ze kwam niet uit haar stoel. Paniek maakte zich van haar meester en ze wilde schreeuwen, maar er kwamen alleen maar vreemde klanken uit haar keel. De katten keken haar richting uit en bleven naar haar staren. 

De tijd verstreek en naarmate de avond vorderde werd het in de kamer steeds donkerder. Het maanlicht scheen door het raam en de oude vrouw zag de ogen van de katten schitteren. Ze mauwden en klaagden, ze hadden honger. De vrouw zat daar maar.

Dagen gingen voorbij en ze had geen besef meer van tijd.  De katten sprongen op schoot en krijste nu om voedsel.
Bij het zoveelste daglicht zag ze hoe een van haar witte perzen donker gekleurd was rond haar bek en op haar borst. Wat zou die hebben gedaan?, vroeg ze zich af.

Plotseling werd ze zich bewust van de stilte. Het gejammer en gemiauw was opgehouden en ze zag steeds meer van haar lievelingen met donkere vlekken rond hun bek.

Ze pijnigde haar hersenen wat er gebeurd zou kunnen zijn.  Een zwarte oude kater sprong bij haar op schoot. Ze wilde hem aaien maar werd hard in haar hand gebeten.

Geschrokken trok ze haar hand terug en duwde de kat van haar schoot. Ze keek naar haar hand en zag hoe het bloed uit de kleine wondjes omhoog welde.

Met een schok van besef duwde ze haar bovenlichaam naar voren en keek naar beneden. Daar, waar eens haar voeten hadden gezeten was nu één bonk rauw bloedend vlees.

Het duurde weken voor ze werd gevonden. De politie sprak van een schokkende ontdekking. Te midden van wel twintig agressieve katten lag het lichaam van een aangevreten dode vrouw.