Herman: Herenbezoek

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Herman: Herenbezoek
Herman Geschreven door:
Herman,
Juli 2011

Langzaam kom ik omhoog uit het kussen. Ik kijk naar de wekker; middernacht precies. De klik die ik gehoord heb was van de voordeur. Ik luister aandachtig.

Nog een zachte klik, de deur wordt weer gesloten. De laatste flarden slaap maken plaats voor bezorgdheid. Mijn moeder en ik zijn immers de enige bewoners van dit huis en degene die het huis betreden heeft kan niet mijn moeder zijn omdat haar sonore snurken duidelijk hoorbaar was toen ik in mijn eigen bed klom.

Ik luister. Geen verdere ongewenste geluiden. Dan toch iets uit een droom? Ik keer terug naar mijn kussen. Dan hoor ik gedempte voetstappen op de trap.

Ik voel een straaltje zweet over mijn rug naar beneden lopen. De voetstappen komen bijna geluidloos dichterbij, de laatste tree, dan stilte. Ik durf niet te ademen.
Een minuut gaat voorbij. Dan hoor ik zachte voetstappen de overloop verlaten en langzaam mijn deur voorbij gaan. De deur van mijn moeders slaapkamer gaat langzaam open, het zachte piepen van de scharnieren drijft door de nachtelijke stilte mijn kamer in.

Ik stap geluidloos uit bed. In het bleke licht van het nachtlampje kijk ik om me heen. Op de ladekast ligt een zwaar, gebonden exemplaar van Oorlog en Vrede. Ik weeg het in mijn handen.

Hiermee zou het kunnen lukken, denk ik angstig. Het boek was Annelies’ cadeau voor mijn 40e verjaardag, vijf maanden voordat ze definitief weg zou gaan. “Je bent een weekdier”, had ze me toegebeten tijdens ons laatste gesprek, “een ruggengraatloze lafaard.”

Voorzichtig open ik de deur van mijn kamer en stap de inktzwarte gang op. Ik sluip naar de slaapkamer van mijn moeder. Ik hoor gesmoorde geluiden en het piepen van het oude matras. Ik leg mijn hand op de deurklink, denk even na over een geschikte openingszin en storm dan naar binnen, Tolstoj hoog boven mijn hoofd geheven, klaar voor een dodelijke slag.
“In naam der wet!” schreeuw ik. De dappere actie stuurt hevige adrenalinestoten door mijn lichaam en heel even zie ik een visioen; Hare Majesteit de koningin speldt mij - onder overweldigende mediabelangstelling – een hoge oorkonde op.

Mijn moeder slaakt een gil, de man in haar armen vliegt omhoog en staat in een oogwenk naast het bed. Een keurige heer, zo op het eerste gezicht.
“Moeder, wat gebeurt hier?” vraag ik streng.
Ik kijk haar aan. In de 47 jaar dat ik leef heb ik mijn moeder nog nooit zien blozen.

“Euh….ja…euh……dit is….eh…..Albert”
“Van Eeden”, zegt de man naast het bed, “Albert van Eeden. Aangenaam”

Ik kijk weer naar mijn moeder. Ik zie dat de bovenste helft van haar nachtpon uit fatsoen is geraakt. Ik kijk naar het overhemd van Albert van Eeden dat gedeeltelijk uit zijn broek omhoog gekomen is. Langzaam dringt de gruwelijke waarheid tot me door.

Ik draai me om en verlaat de kamer. Het duurt lang voordat ik de slaap weer kan vatten. In een koortsige droom rukt Hare Majesteit de koningin nijdig de versierselen van mijn borst.