Nathalie: Pablo

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Nathalie: Pablo
Nathalie Geschreven door:
Nathalie,
Mei 2011

Het was bijna vier uur in de namiddag toen ik van een warme trein de stad inliep. De lucht was droog en zwaar. Ik had net vier cocktails gedronken bij Michel en voelde mijn hart in mijn hoofd kloppen, terwijl ik me door de steile hoerenstraatjes een weg naar huis baande.

Mijn kat was vandaag exact een jaar dood en de klamme lente drukte op mij.

De zon was zo wit dat ik m’n ogen dichtkneep en naar de gore straatstenen tuurde, waardoor ik niet merkte dat er wat verderop een donkere kat mij roerloos aanstaarde.

Pas toen ik mijn ogen opsloeg en mijn blik zijn groene ogen op nog geen meter afstand kruiste, merkte ik hem op. Een gitzwarte kat was het, met grote pupillen en een elegantie welving in zijn rug, die hem de attitude van een raskat gaf temidden van alle smerigheid.

Hij bewoog nauwelijks, enkel zijn staart zwaaide bedachtzaam van links 
naar rechts. Zijn peilende ogen waren strak op mij gericht.

Ik bleef als aan de grond genageld staan want deze kat, deze magere, zwarte kat, leek als twee druppels water op mijn gestorven kat. Pablo.

Zijn naam en de drank hamerden in mijn hoofd. Elk woord in mij verstomde. En de kat, de eigenwijze stadskat, die onmogelijk mijn eigen kat kon zijn al was de gelijkenis zo akelig treffend,
bevroor net als ik.

Alles rondom ons wervelde en verdween. Zijn spieren stonden gespannen, klaar om elk moment weg te springen en dit ogenblik te verbrijzelen, zodat ik zou weten dat ik me vergist had, dat lichaam en ziel slechts stof zijn en sterven met de laatste adem, de laatste slag - maar  de kat sprong niet weg. Integendeel.

Zijn staart bleef verticaal in de lucht steken en zijn snorharen stopten met trillen. Minutenlang waren hij en ik een foto in het rumoer, een eeuwige seconde die ontsnapte aan de stad en ongemerkt uit de tijd viel.

Pas toen hij zich vergewist had van het feit dat ook ik na een jaar nog wel degelijk mezelf was, kwam hij huilend tegen


mijn benen schurken. Ik greep hem bij zijn nekvel en nam hem mee naar huis. Ik voelde z’n lichaam ademen tegen m’n schouder. Ik slikte. Ik herinnerde me dit moment, ik herinnerde me dit leven. Ik herinnerde me deze warmte en dit vertrouwen. Ik voelde doorheen zijn ribbenkast z’n hartje weer kloppen.

Hij vleide zijn hoofd in mijn nek en begon te spinnen toen ik lieve woordjes tegen het puntje van zijn oor fluisterde, en z’n oortje flapperde toen mijn lippen het beroerden.

Plots, alsof het een jaar gewacht had en nu met volle kracht losbarstte, sprong het verdriet uit mijn lichaam en liepen de tranen uit m’n ogen, recht op zijn zachte pels.

En Pablo? Die drukte zijn natte neusje in mijn hals, legde zijn pootje op mijn wang en likte m’n tranen weg. Net als vroeger.