Mars: Speciale eenheid

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Mars: Speciale eenheid
Marcel Geschreven door:
Mars,
April 2011

Zomer 2006. Het ochtendzonnetje schijnt de keuken binnen en verwarmt mijn slaperige gezicht tijdens het zetten van een pot koffie. Buiten staan de koeien hun ontbijt naar binnen te kauwen en ook het verkeer ontwaakt langzaam.

Boven ligt een mooie vrouw, niet toevallig mijn vriendin, nog in een diepe coma. En ook Joeppie lijkt half op z’n rug/half op z’n zij nog te genieten van een mooie droom. Ik zet de koffie op het dienblad tussen het vaasje met de rode roos en de kaart in. We wonen vandaag precies een half jaar in ons nieuwe huisje en dit wordt het eerste weekend dat we niet meer hoeven te klussen.

De tijd van stil genieten is nu aangebroken. Eenmaal boven heeft Joeppie, ondertussen toch wakker geworden, zich al stiekem genesteld op mijn kussen en droomt zo te zien onverstoord verder.

Lente 2009. Gelukkig zijn is simpel, gelukkig blijven blijkt van een andere orde. De relatie houdt geen stand, het huis is verkocht en ik logeer tijdelijk bij een goede vriend tot ik wat anders heb gevonden.
Over Joeppie is niet gebekvecht. Hij moest niet veel van haar hebben. Ook al was Joeppie haar keuze in het asiel, hij trok vanaf zijn intrek al naar mij. Joeppie is naast heel lief ook meer een eigenwijze snuffel- dan een knuffelkat die bij opdringerige mensen  graag even z’n scherpe nagels laat voelen. Iets waar niet iedereen mee kan omgaan.

Een paar weken later, midden in de nacht, ik hoor in m’n slaap ergens in de verte iemand rommelen aan de voordeur. Ervan uitgaand dat het de goede vriend is die met z’n dronken kop het sleutelgat moeilijk kan vinden, draai ik mij glimlachend bij dit grappige beeld om, om snel weer terug te duiken in de donkere diepte van de slaap.

Bij het aanhoren van een afgrijselijke gil lijkt het wel of er 220 volt op m’n lichaam is gezet. Ik zit dan ook meteen klaarwakker rechtop in bed. In de veronderstelling dat er iets ernstigs met de goede vriend is gebeurd neem ik zonder na te denken een sprint naar beneden.

Ik zie direkt dat de voordeur openstaat en hoor nog de echo van snelle voetstappen van een wegrennend persoon. De woonkamer lijkt wel een rommelzolder, alles is overhoop gehaald.

Het dringt langzaam tot mij door dat dit het werk is van een inbreker. Joeppie ligt roerloos en onschuldig in z’n mandje,

alsof er niets is gebeurd. De politie-agenten vinden een spoor van kleine druppeltjes bloed van de poezenmand naar buiten én een lens. We vermoeden dat de inbreker Joeppie wilde aaien, alleen was Joeppie daar waarschijnlijk niet van gediend en haalde uit of sprong van schrik in zijn gezicht. Het mooie is dat de inbreker geen kans  (of geen zicht?) heeft gehad om iets van een buit mee te nemen.

Joeppie is niet meer. Nouja, hij wel maar de naam niet meer. Ik noem hem tegenwoordig Billy de Killer en vandaag de dag hangt op de voordeur van mijn eigen appartementje een bordje met, naast zijn foto, het opschrift: ‘ Hier waak ik !’. Extra sloten zijn overbodig.