Joolz: Feliz Catus

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Joolz: Feliz Catus
Joolz Geschreven door:
Joolz,
Mei 2011

Buur had er echt genoeg van. Iedere keer als hij de tuin had gedaan, en de aarde weer zo fijn en zacht was als poedersuiker, gebeurde het weer.

De tuin veranderde al snel in een maanlandschap met overal kraters. Aarde was als een meteorietenregen op het tuinpad neergevallen. Alsof er een mollenelftal had huisgehouden. Maar laten we de schuld  niet in de schoenen schuiven van deze bijzienden. De dader: Felis Catus. Ofwel, onze huis- tuin- en keukenvriend: de kat! Sporenonderzoek maakte dit duidelijk.

Buur was boos. De tuin was niet bedoeld als kattentoilet. Er moest een oplossing komen.

Buuf moest naar de super. Zij moest satéstokjes meenemen. Veel, zo veel, dat de caissière vroeg of er een buurtbarbecue werd georganiseerd. Eenmaal de stokjes in handen, ontpopte buur zich tot acupuncturist. Hij plantte de stokjes in de tuin. Daar zou geen kat zijn poten meer in steken.
Niets was minder waar.

Buur was vergeten, dat katten zeker niet nachtblind zijn en dat zij over het hele lichaam voorzien zijn van voelsprieten.
Iedere stap die de kat zet, is weloverwogen. De volgende morgen bungelde er in het midden van de tuin een kattendrol bovenop een satéstokje. Alsof er een overwinningsvlaggetje was geplant.

Op naar de tuinspecialist. Met een zak cacaodoppen en een doos sterk ruikende korrels kwam buur terug. De cacaodoppen waren niet fijn om op te lopen en de korrels stonken een uur in de wind. Na gedane arbeid was het flink stinken. De tuin rook niet meer naar de geurige lavendel, maar naar een zak rotte aardappelen.

En, de eerste stoere kater liep binnen een uur op kousenvoeten over de cacaodoppen. Wel met zijn kattenneus hoog in de lucht, maar toch. Geen centje pijn. Wel bij buur. Ondanks dat men zegt dat omgang met een kat de bloeddruk zou verlagen, steeg deze bij hem met de minuut.

Buur haalde een grote doos bij het tuincentrum. Een kattenverschrikker door middel van ultrasoon geluid. Kwam er iets binnen het bereik van het apparaat, dan werd het afgestraft met een hoge pieptoon. Wie of wat er ook langs liep of vloog. De pieptoon was niet te harden. Iedereen had er last van, behalve de kat. Op een halve meter naast het apparaat zat het beest zich heerlijk te wassen.

Van zijn laatste centen kocht buur een apparaat waar kat zeker voor weg zou blijven. Aan het apparaat kwam een tuinslang. Buur testte een en ander.

De kat keek toe. Dat was niet niks, zo’n fikse straal water. Buur kon met een gerust hart op verjaardagsvisite.

Bij thuiskomst keek buur tevreden naar de tuin. Eindelijk had de kat respect getoond. Niets te zien, op een stukje papier na. Het bonnetje van het dure apparaat. Buur stapte in de tuin. Voor hij echter het bonnetje kon oprapen, werd hij vol getroffen door een waterstraal. Als een verzopen kat stond buur in zijn eigen tuin.

De kat keek toe en schudde zijn kop. ‘Dom mens.’