Renske: Toen lente terug kwam

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Renske: Toen lente terug kwam
Renske Geschreven door:
Renske, 15 jaar,
Februari 2011

Het kriebelde al toen de eerste restjes sneeuw waren weg gesmolten, de waterige drap het gootje was in gedropen. Het kriebelde in me toen de zon een dikke wolken laag doorbrak. Lente.

Ze stond voor mijn deur, op de grijs betegelde stoep en klapperde luidruchtig met de brieven bus. Haar zoete stem prevelde; Is er iemand? Halloo?

Het was vroeg in de ochtend en zelfs als ze niet geroepen had wist ik dat ze voor de deur stond. Ik rook haar bloemige, net gemaaide, gras lucht. Ik wreef de laatste restjes slaap uit mijn ogen, sjorde mijn nachthemd recht en besloot dat ze toch niet kon binnen komen, hier, nu?
Terwijl de winter hier was binnen wezen stormen, stof had neergelegd op de van 't zomer uitgelezen boeken en de boel hier flink had verzooit.

Ik voelde me uitgeslapen, wakker, wakker genoeg om naar de kelder te rennen. En daar vervolgens bezem - dweil - emmer - doekjes te grijpen en aan de slag te gaan.

Ik veegde uitgerust mijn zorgen bij elkaar, op een dikke grijzige hoop. Rangschikte ze, zette ze op alfabetische volgorde en stoptte ze weg in mijn winterkastje.  

Ik sopte mijn hersenpan maagdelijk wit en schoon. Gleed met de gele vaatdoek langs de wanden en liet madeliefjes groeien. Ik poetste mijn ogen weer helder blauw op en gleed uit mijn nachthemd.

Die ik samen met de ongewassen winterkleren in vuilniszakken stopte en achter het huis zette. Ik keek rond in mijn overzichtelijke thuis.
Met mijn handen in mijn zij overzag ik mijn domein. Toen ik daar zo stond, diep weggezonken en te genieten vergat ik bijna lente, ze stond voor de deur.

Ik gooide de deur open, lente zat op het stoepje voor mijn huis. Ik vroeg me af hoe haar jurk wit kon blijven, maar lente liet het natuurlijk bleken door de eerste zonnestralen.

Lente kwam binnen, schreide door mijn huis en snoof verrukt de geur van schoonmaakmiddel op. Ze keek goedkeurend naar het gesloten winterkastje en vroeg de sleutel, ze zou hem van eind zomer, begin winter weer komen brengen zei ze.

Ik gaf haar de kopere sleutel en ze huisde in mijn huis, ik had haar gemist en ik was blij dat ze weer terug was. Welkom thuis, lente.