Anne: De fetisjist

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Anne: De fetisjist
Anne Geschreven door:
Anne,
Januarie 2011

Iedere dag struinde ik hoopvol het internet af. Mijn zoektocht naar een eigen woning duurde inmiddels al zo’n maand of zes en ik begon lichtelijk wanhopig te raken.

Tot nu toe had ik altijd met studenten samen gewoond, maar ik verlangde inmiddels naar een plekje voor mezelf.

Op Marktplaats prijkte mijn advertentie, waarin ik mezelf omschreef als rustig doch gezellig en net doch zonder smetvrees. Niet rokend, niet zingend (al helemaal geen opera), geen fanatiek trompettist of gepassioneerd drummer, niet de trotse eigenaar van een harige kattenfamilie en bovendien de oogappel van elke verhuurder die ooit met mij in zee was gegaan:

Elke maand hadden zij een week te vroeg jubelend de huur aangetroffen op hun bankrekening.

Het was daarom dat ik helemaal niet verbaasd was toen mijn telefoon ging en een vriendelijke Brabander mij meedeelde dat hij een prachtig appartement middenin de Pijp in de aanbieding had voor het luttele bedrag van 500 euro per maand.

Natuurlijk hadden direct alle alarmbellen moeten gaan rinkelen, maar in plaats
daarvan was ik in gedachten de verhuiskaarten al aan het schrijven en mijn spotgoedkope appartementje in de meest gewilde buurt van Amsterdam aan het inrichten.

Tijdens mijn queeste had ik uiteraard al wel een aantal mensen aan de telefoon gehad die niet deugden, maar die spraken dan vaak zeer gebrekkig Nederlands (‘Ik huissjj voor jij, ghel mooi huissjj’) of lieten er geen gras over groeien en begonnen het gesprek direct met een bovengemiddelde interesse in mijn cupmaat. De Brabander niet.

Hij was vriendelijk, geïnteresseerd en zijn Nederlands was foutloos.

Het telefoongesprek verliep voorspoedig en we zouden net onze agenda’s trekken voor een bezichtiging, toen de VB (vriendelijke Brabander) uit het niets begon te strooien met een nogal opmerkelijk woord. Naaldhakken.

De VB maakte zich niet druk over overlast of verwaarlozing. Ik mocht met mijn schoenen aan door het huis lopen. Met hakken. Naaldhakken.

Mijn naaldhakken hoefde ik niet uit te trekken bij de deur. Ik mocht mijn naaldhakken gerust aanhouden en ermee door het huis paraderen. Bovendien stond er een leren bank in het appartement. Die zou de VB niet meenemen, die mocht ik gewoon gebruiken. Wat een mazzel.
 
‘En’, voegde hij aan zijn betoog toe, ‘je mag ook gewoon met je naaldhakken
over die leren bank lopen. Heen en weer enzo.’

Op dat moment (ja toen pas) was de grens van mijn naïviteit bereikt. Een sloopkogel ging door mijn in gedachten aangeschafte meubilair en de verhuiskaarten regenden in snippertjes op mij neer.

De stem van de man leek ineens niet meer vriendelijk, maar zalvend en vilein. Zijn zachte g was niet langer aandoenlijk, maar bezorgde me de rillingen.

Voordat hij me ook nog ging vertellen dat ik met naaldhakken over zijn buik zou mogen marcheren, terwijl hij in een lederen slip en met een halsband vastgeketend aan een tafelpoot kreunend op de grond van het appartement zou liggen, kapte ik het gesprek abrupt af.

De zoveelste desillusie. Mijn eigen huis zou nog even op zich laten wachten.






Naaldhakken