Jan: Aangebrand

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Jan: Aangebrand
Jan Geschreven door:
Jan,
November 2010

Tweede Kerstdag 2009. Op mijn schoot ligt een schaal met aangebrande aardappelen. Met een vork bik ik de roetzwarte laag weg op zoek naar het laatste stukjes aardappel.

Naast me ligt de kerstboom op zijn kant met alleen een paar lichtjes die nog moedig branden. Op de muur zitten de resten van mijn zorgvuldig bereidde pompoensoep, met daaronder de pan waar het oorspronkelijk in had gezeten.

De optimist die bij het breken van een glas altijd zegt ‘scherven brengen geluk’ heeft niet door mijn huiskamer gelopen. Het lijkt alsof een horde Grieken zich aan mijn servies heeft vergrepen en er voor de zekerheid nog op is gaan springen.

De avond daarvoor vierde ik Kerst. Ik had het zalige idee om dat jaar iedereen, inclusief aanhang, bij mij thuis uit te nodigen. Elk jaar neem ik me voor om met een klein groepje kerst te vieren, maar zodra kerst aanbreekt nodig ik iedereen uit.

Ik negeer de familievetes en de bezwaren van mijn moeder dat tante Joke ‘altijd alleen maar wil stoken’. Ik sta daar boven.
Dit soort momenten van totale verstandsverbijstering heb ik alleen met kerst.

De dagen voor kerst begin ik nerveus te worden: wat koop ik voor die onbekende neef, wat doe ik aan en wat moet ik in hemelsnaam koken voor de vegetariërs? De angst voor de kerstdagen doet gekke dingen met me.

Zonder logische verklaring begin ik ruzie te maken met mijn vrouw over de kleur van de kerstballen en over de soepkeuze van de avond. Pompoensoep als oorzaak van een echtscheiding is alleen mogelijk tijdens de kerstdagen.

Maar de avond zelf verliep in eerste instantie rustig. De kinderen kropen bij elkaar op de bank en waren druk in de weer met zichzelf en bij de volwassenen ontstonden er kabbelende gesprekken over het werk en de kinderen.

Tante Joke en mijn moeder wisselden een halve glimlach uit en ik zag zelfs mijn sociaalgestoorde neef grappen maken. Niets aan het toevaloverlatend probeerde ik elke garnaal goed te leggen en geen glas leeg te laten; een overwinning van de kerstgedachte lag op de loer.

Maar de volle glazen zorgden voor een onwenselijke loslippigheid.
‘Ow, je zoon is nog niet afgestuurd’, vroeg oom Hans.
‘Nee, maar hoe is het met je gescheiden dochter?’ beet tante Anneke hem venijnig toe.

Het gekibbel leek met een sisser af te lopen, totdat tante Joke riep: ‘Jan, je laat je aardappeltjes aanbranden’. Een kettingreactie van haat was het gevolg.

‘Bemoei je met je eigen gezin’, gilde mijn moeder met dubbele tong over tafel.

Voordat ik het wist werd er gescholden, geduwd, viel de kerstboom om en vloog mijn pompoensoep door de kamer. Moedeloos keek ik naar mijn verbrande aardappelen met op de achtergrond het geluid van brekend servies.

Nadat men huilend en schreeuwend mijn huis verliet, zwoer men dit nooit meer te doen. Maar met kerst is mijn familie hardleers. Dit jaar organiseren mijn moeder en tante Joke het diner. Enig verbeterpuntje is het menu: deze kerst zijn er alleen koude gerechten.


Aangebrande aardappels