Marijtje: Fantasie brengt je overal

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Marijtje: Fantasie brengt je overal
Marijtje Geschreven door:
Marijtje,
September 2010

‘Peertje-ponny’ zegt Frank met een zachte stem. Als ik hem aankijk vervolgt hij, ‘zet gewoon je linker voor je rechtervoet.’

‘Hoe kun je dat nu zeggen!’, schreeuw ik. Als een razende ga ik tegen hem tekeer. ‘Ik haat wandelen, als kind moest ik met mijn ouders mee op wandelvakantie. Verschrikkelijk vond ik het.’

Ik vertraag mijn pas om even op adem te komen en vervolg ‘ik haat het nu nog.’ De afwezigheid van zijn reactie maakt dat ik me concentreer op de weg, het maakt me kalm.

Een aantal maanden geleden besloten Frank en ik, onder het genot van een glas rode wijn, om een 400 kilometer lange wandeltocht te maken. Het eindpunt: het heilige Santiago de Compostela, dat is een plaats in het noordwesten van Spanje.

Niet de religieuze overtuigingen trokken ons de streep over, van origine is het namelijk een katholieke bedevaartstocht, maar het psychologische aspect. ‘Ik wil mezelf beter leren kennen’ zei hij, ik bevestigde dit en voegde toe ‘strandvakanties zijn zo 2009!’

‘Kijk peertje-ponny’, Frank’s stem brengt me terug naar de realiteit. Hij wijst naar
de gele pijl op de boom, ‘we zitten nog op de goede weg.’

Deze tocht is als spoorzoekertje, maar dan voor volwassenen. In dorpjes zijn tegeltjes, met een afbeelding van een Sint-jakobsschelp, op muren van huizen gemetseld. En buiten de dorpen hebben de tegels plaatsgemaakt voor gele pijlen.

Bomen, wegen en stoepranden zijn subtiel gemarkeerd met gele verf om de vele duizenden wandelaars de goede richting in te sturen. De weg die soms voert over bestraatte wegen en andere keren langs modderige paden en gammele houten bruggetjes.

Eenmaal weer thuis vertel ik mijn vrienden hoe het me afging: ‘Mijn leven’, lees drie weken, ‘als pelgrim ging niet over rozen.’ Gedurende een groot gedeelte van de dag wilden mijn spieren het opgeven, mijn voetzolen waren mismaakt door de blaren die bij iedere stap een scherpe pijn achterlieten, het zweet gutste van mijn voorhoofd.

Bovendien zou de modepolitie me arresteren en veroordelen tot levenslang
 bij het zien van mijn bergschoenen, korte broekje en zonnehoedje.

Hier blijft het niet bij, ook een goede nachtrust was ons niet gegund. Pelgrimsherbergen kennen niet de luxe van pas gewassen linnen met rozenblaadjes in de vorm van een hart gedrapeerd op een kingsize bed, maar grote slaapzalen met smalle en instabiele stapelbeden met daarop snurkende mannen.’ Echt enthousiast was ik dus niet.

Of ik mijn doel, mezelf beter leren kennen, bereikt heb? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik me in de toekomst een hoop ellende kan besparen door te luisteren naar Albert Einstein.

Hij was niet alleen een briljant natuurkundig, maar tevens levensfilosoof. Ik hoef het milieu niet meer te belasten om verre oorden te bereiken, want volgens Albert ‘brengt je rede je van A naar B, maar fantasie brengt je overal.’

Dus ook naar Santiago de Compostela en dat is voor iemand als ik, het ‘oost-west-thuis-best-type’, toch echt het beste advies dat je kan krijgen.