Raf: Thuis

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Raf: Thuis
Raf Geschreven door:
Raf,
September 2010

Talloze uren filosoferen over het begrip 'thuis' hebben mij tot een conclusie geleid die in vier woorden kan worden samengevat.

Mijn zetel, mijn tv.

Eventueel kan daar een toilet, een keuken, een dak en een familie bij, maar op zich kan iedereen het met die twee zaken wel rooien. Echt waar.

Ter bewijsvoering zal ik daarvoor twee zeer korte verhalen aanbrengen.

Het eerste verhaal speelde zich half augustus af, op de kermis in het dorp. Ik stond verscholen achter een pilaar en luisterde een gesprek af tussen twee mannen.

Ik kende hen van haar nog pluimen en kon het gesprek dus objectief beoordelen.
Er was een lange en een iets minder lange. De lange heette Jan. De andere zijn naam kwam nooit ter sprake.

"De kermis is leuk", zei de iets minder lange. "Ja, heel leuk, maar toch zal ik blij zijn als ik weer thuis ben", antwoordde Jan. "Ik ook", zei de iets minder lange. "In mijn zetel liggen, Jupiler Tauros drinken, kijken naar de tv. Daar gaat niets boven", ging Jan verder.

"Welzeker Jan. Voor mij hetzelfde. Mijn thuis is waar mijn zetel staat", zei de iets minder lange. "En je tv", vulde Jan aan. "En mijn tv", besloot de iets minder lange het gesprek.

Punt bewezen, ik kon naar huis. Het vermelde bier is trouwens onbelangrijk en substitueerbaar met andere bieren of dranken, die al evenmin van belang zijn. Het enige dat telt is dat de twee mannen hun thuis associeerden met hun zetel en hun tv. Oké, hou deze gedachte vast.

Het tweede verhaal speelde zich vrijdag laatstleden af en is nog korter dan het eerste.
Een goede vriend van mij was op bezoek. We filosoferen wel eens samen. Ik ging naar de keuken drinken halen voor ons beiden. Toen ik met twee glazen Tönnissteiner Fruchtenkorb de woonkamer weer betrad, zag ik hem in mijn zetel liggen, de afstandsbediening in zijn hand, de tv op Comedy Casino, heruitzendingen.

"Ik voel met net thuis", zei hij. Ik zei dat hij in mijn zetel lag. We wisselden van zetel en we keken Comedy Casino uit. Vervolgens gingen we op café, waar we dronken tot het licht werd.

Van het weer thuis komen herinner ik me absoluut niets. Een fijne avond.

Nu, wat kunnen we uit deze verhalen afleiden? Dat ik in mijn filosofieschriftje weer een belangrijke vraag over het leven kan beantwoorden, en het is het beantwoorden, dat duidelijke beantwoorden van een volstrekt onnozele vraag dat mij enige gemoedsrust schenkt, want hoewel de voorraad aan onnozele vragen bijna onuitputtelijk is, heb ik toch weer een streepje domheid uit de wereld geholpen. En dat doet deugd.