Machteld: Op eigen benen

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Machteld: Op eigen benen
Machteld Geschreven door:
Machteld,
September 2010

Ik kijk aarzelend om me heen. Stomverbaasd. Hij staat er niet meer! Wel een blauwe, een hoge en een Gazelle, maar de mijne is weg.

Nog drie kilometer en deze bus komt niet in gehuchtjes zonder supermarkt. Dan lacht het water in de vijver me toe en het frame van mijn fiets glimt van het zonlicht dat erop weerkaatst.

Mijn fiets. Mijn fiets! Het lachen staat me nader dan het huilen, maar drie kilometer lopen wil ik niet.

In een automatisme pak ik mijn mobiel, druk op het groene knopje en het cijfer acht. Daar staat het: Thuis.

Mijn moeder neemt op, en ik barst los: “Mijn fiets ligt in de sloot! Mijn fiets ligt
in de sloot!” De reactie is ontnuchterend: “Ik kan je niet komen halen.” Mijn schouders zakken een stukje naar beneden. Nee, natuurlijk kan ze me niet komen halen. Dat weet ik wel, maar wat moet ik nu? De verhuurder bellen, zegt mijn moeder.

Maar ik ben niet gek. Ik betaal 250 per maand inclusief alles, maar niet inclusief een fietsen-uit-de-sloot-haal-service. Goede raad is niet duur. Ik maak met een paar mooie zinnen een eind aan het gesprek, en loop het bruggetje over naar de andere kant van de sloot.

Het water is niet diep, misschien een centimeter of dertig. De ene helft van mijn stuur komt nog boven water uit. Er is niemand die mij helpt, en dus help ik mezelf. Mijn rok is niet te lang. De nette, zwarte schoenen kunnen prima in de kant blijven staan en koud is het niet.

Het roept herinneringen op aan mijn tienertijd, die vandaag voorbij is omdat ik voor het eerst op kamers woon.
Thuis speelden we altijd aan de kant van de Maas, liepen de Maas in om verdronken voorwerpen op te speuren.

Mijn ene voet zakt een beetje weg en aan het andere been voel ik diverse takken, slierten, wier, blaadjes en troep. Maar ook voel ik het stuur, voel ik het water zuigen maar weet ik dat ik sterker dan dit water ben en stapje voor stapje groeit mijn trots.

Dat heb ik toch maar mooi gedaan. Ik heb teenslippers op de kant liggen en ook de handdoek komt goed van pas. De fiets druipt van het wier en de blaadjes passen goed bij de kleur van de fiets.

Ik zwaai naar de man die me in een BMW tegemoet komt rijden, en bel dan de verhuurder. “Als je lachen wilt, kom dan over tien minuten naar buiten. En neem een hogedrukspuit mee.” En als ik aan kom rijden, staat hij er al, en hij lacht, en het grindpaadje naar de fietsenstalling voelt als rode loper.