Anneke: Tulpen

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Anneke: Tulpen
Anneke Geschreven door:
Anneke,
Juli 2010

De lente is natuurlijk de allermooiste tijd voor de tuin.

Zelf word ik ook altijd ontzettend blij als gekleurde tulpen mij overal in de tuin toelachen. Hoe meer hoe beter, dus in het najaar worden er veel bollen in de grond gestopt.

Dit voorjaar lijkt het wel feest. Iedereen is het daarmee eens: buren, familie en vrienden. Zelfs de kleinkinderen, die elke vrijdag hier zijn, bewonderen ze.

Op een ochtend als ik de gordijnen achter opendoe, schrik ik me kapot. De tuin kijkt me kleurloos aan. Waar zijn in vredesnaam mijn tulpen opeens gebleven?

Ik roep naar boven en mijn man komt van de trap afgerend. Verbijsterd kijken we allebei naar buiten. Dan lopen we de tuin in om de schade op te nemen.

Dit is vandalisme, constateren we. Want de stengels van letterlijk alle tulpen zijn recht afgeknipt of gesneden. We zijn er beroerd van. Wie in de buurt doet zoiets? Hebben
we vijanden? Daar hebben we nooit iets van gemerkt. Bij de koffie gaan we alle mogelijkheden na. Wie verdenken we van zo’n flauwe streek? In onze buurt wonen mensen van alle leeftijden: jonge gezinnen, bejaarden. Zijn het onze puberende buurjongens? Ik word misselijk bij de gedachte.

De hele dag blijf ik binnen en als ik ze langs zie fietsen voel ik een grondige afkeer. Het erge is, ik kan niets bewijzen. Iedereen is verdacht. ’s Middags zeg ik tegen mijn man: “Als er iemand in de buurt zo’n hekel aan ons heeft, wil ik hier niet langer wonen.”

Datzelfde zeg ik ’s avonds door de telefoon tegen mijn dochter, die ook onder de indruk is. “We halen morgenmiddag alle stengels eruit,” zegt ze. “Zo is het natuurlijk ook een waardeloos gezicht!” Zondagmiddag staat ze op de stoep met Tim, onze kleinzoon van vijf.

Hij kijkt sneu, waarschijnlijk omdat hij de grootste bewonderaar van de tulpen was.

“Tim moet jullie wat vertellen,” zegt mijn dochter en ze duwt hem naar voren. Het jochie begint te stamelen. Het hoge woord komt eruit. “Ik heb alle tulpen afgeknipt.” “Jij, hoezo, waarom??” roepen mijn man en ik in koor.
Hij aarzelt even. “Omdat ik ze mooi vond.” “Ja en...?” vraagt mijn man. “Toen heb ik ze allemaal in mijn kruiwagen gedaan. Hij was bijna vol.” Daar konden wij ons iets bij voorstellen. “Ik wilde ze als kadootje geven aan Ita, omdat ik haar zo lief vind.” Ita is ons overbuurmeisje. “Mmm,” zeg ik zuinig, “wat vond ze ervan??

“Ita houdt niet van tulpen,” zegt Tim. “Omdat ik ze niet meer op de steel kon plakken, heb ik de hele kruiwagen maar omgekieperd in het slootje.”

Hij begint te huilen. “Ita wil ook geen verkering met mij.” “Ze moet echt helemaal niets van mijn kleinzoon hebben,” denk ik. Als zelfs een kruiwagen vol tulpenbloemen geen indruk maakt! Ik denk dat Tim zich nog wel bedenkt voor hij het ooit weer zo groots aanpakt met een nieuwe liefde. De romantiek is om zeep gebracht.

Tulpen
...een paar over het hoofd gezien