Marlou: De hangmat

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Marlou: De hangmat
Marlou Geschreven door:
Marlou,
Juli 2010

‘Hé, hoe lang sit jij hier nou?'

Roept mijn bovenbuurvrouw vanaf haar balkon rechtsachter 3 hoog naar bovenbuurvrouw 4 hoog linksvoor.


'ja seker wel vijftien jaar hoor' is het antwoord.

'wat een lekker weertje seg! Alleen ja seg, tis nog geen somer hoor, tis 's avonds nog verdomde koud!'

De bouwvakkers van rechtsvoor 2 hoog zetten hun radio nog iets harder en beginnen te stampen en te zingen.

'Fuk Joe' roept bovenbuurvrouw rechtsachter over haar was. 'Als het nou André Hazes was.. maar nee, hoor! Asociaal gewoon'.
Verscholen voor alle buren achter de witte was in de hangmat, moet ik hevig grijnzen. De zomer is inderdaad weer begonnen: gekrijs over en weer, vrolijke bouwvakkers en een groeiende groentetuin.

Ik zit echter niet voor niks in de hangmat: het is tijd voor actie. Met vijf artikelen over mijn schoot tot aan mijn voeten verspreid vraag ik me weer eens af of dat het nou aan mij ligt, of dat ik altijd pech heb in het leven. Net nu ík m'n afstudeerscriptie ga schrijven, is het zomer!!! Woest zet ik me af tegen de muur en met alle papieren en witte was over de tuintegels verspreid hang ik omgekeerd in de mat.

Terwijl ik daar lig besef ik dat niet alleen mijn studiegedrag lijdt aan de komst van de zon. Ook ben ik weer gaan roken, biertjes en roseetjes gaan drinken op het terras, gaan picknicken op alle momenten van de dag, opblijven totdat het weer bijna licht is, en het ergste: ik ben weer verliefd op elke man die ik zie. De emoties en hormonen spatten mijn lichaam uit.
Met bonkend hart lig ik slapeloos in mijn bed. Dagboeken gevuld en gedichten verspreid.

Ook mijn theaterbezoekjes hebben zich aan het weer aangepast. Tegenwoordig ben ik te vinden in de Stopera. Mijn leven is als een opera, denk ik na het zien van La Traviata. Is dat niet iets te dramatisch?

Nee. Ik stel me gerust bij de gedachte dat, terwijl ik, wachtend op mijn grote liefde en stervend aan vreselijke ziektes die mijn zomerse gedrag hebben veroorzaakt, de wereld zich zorgen blijft maken om André Hazes, borende bouwvakkers en het weer.

‘Is se nou dood?’ hoor ik buurvrouw van 2 hoog gillen.

‘Nee’, roep ik terug, ‘maar toch bedankt.’

Het is weer tijd voor actie. Ik schraap mijn papieren bij elkaar en doe nog een poging. Ik kan het niet laten, steek een sigaret op, pak mijn zonnebril, neem een slokje bier, en zucht: was het maar winter.