Jonna: De barbecue

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Jonna: De barbecue
Jonna Geschreven door:
Jonna

Juli 2010

De dag voor mijn ouders op vakantie zouden gaan gaven ze een barbecue in hun tuin.

Het was niet grootschalig, geen groot tuin feest of zo, maar gewoon mijn broer en zijn vriendin, hun kindje, ik en mijn vriend, en mijn ouders.

Omdat mijn ouders die dag druk waren geweest met inpakken, was alles nog niet klaar. Ik ging daarom met mijn moeder en mijn broers vriendin naar de keuken, waar we ons stortten op het maken van salades, spiesjes en kruidenboter.

De drie heren gingen ondertussen de barbecue vast aan maken, zodat de kooltjes goed heet zouden gloeien tegen de tijd dat wij klaar zouden zijn.

In de tuin gaf mijn vader mijn vriend een lesje “hoe steek ik de barbecue aan”. Mijn ouders hebben een hele grote barbecue. Ze hebben hem voor een prikje gekocht van onze slager toen die besloot op te houden met het verhuren van barbecues.
Mijn broer en mijn vriend reden de barbecue naar een windstille plek, deden er kolen in en besprenkelden dat kolen met spiritus. Mijn vader legde ondertussen uit dat geduld enorm belangrijk is als je wilt gaan barbecueën. “Er gebeuren vaak ongelukken als mensen teveel haast hebben om het vuur aan te krijgen. Vooral met de spiritus moet je voorzichtig zijn”.

Mijn vriend steekt een lucifer af en houdt hem bij de kolen. Er gebeurt niets. Mijn broer gooit nog wat extra spiritus op de kolen en mijn vriend probeert voor de tweede keer de kolen aan te steken. Dit keer ontstaat er een klein vuurtje die mijn broer en vriend aan proberen te wapperen tot iets groters.

Mijn vader, die de hele tijd in een kampeerstoel naar het geheel zat te kijken, komt nu in actie. “Laat mij maar even”, zegt hij. Hij duwt de beide jongens aan de kant en kijkt naar de kolen. “Dat brandt nog voor geen meter”, zegt hij en begint energiek te wuiven met een krant.

Dan verliest hij zijn geduld. Hij pakt de fles spiritus en draait de dop eraf. “Klote barbecue” mompelt hij terwijl hij met zijn linkerhand een aansteker uit zijn broekzak vist. Dan giet hij de spiritus uit over de brandende kolen.
Terwijl de spiritus nog in de lucht zit vat hij al vlam. Het vuur slaat in de spiritusfles en mijn vader schreeuwt het uit. In paniek laat hij de brandende spiritus fles vallen, die tijdens de val zijn zwembroek aansteekt.

“Spring in de vijver” roepen mijn broer en mijn vriend in paniek. Mijn ouders hebben een kleine siervijver in de tuin, maar mijn vader hoort dit niet en laat zich op de grond vallen. Mijn kleine nichtje begint te huilen. Als een gek rolt mijn vader door het gras, en krijgt zo het vuur uit. 

Wij rennen naar buiten, geschrokken door het gehuil. Daar ligt mijn vader in het gras, zijn groene zwembroek gedeeltelijk weggesmolten en met rode wonden op zijn handen en benen. “Het vuur is aan jongens” grijnst hij.



Barbecue