Thérèse: Van de bieropener en de frituurpan

Home » Blogs: Gewoon opgeschreven » Thérèse: Van de bieropener en de frituurpan
Geschreven door:
Thérèse,
29 mei 2010

Vandaag viert mijn jongste kind haar verjaardagsfuif. Zeventien is ze geworden, en de wens dat ik vanavond om uiterlijk half acht het pand verlaat, is me subtiel meegedeeld. Dan kan er onbekommerd gefeest worden.

Nu moet ik kiezen wat ik straks ga doen: naar een optreden van Normaal in Pesse? Een van mijn andere kinderen in Groningen opzoeken? Of met vriendin Wolly ergens een terras kapen voor de duur van een avond? Of een bioscoopstoel?

Maar misschien ga ik in mijn eentje aan de oever van de vliet zitten, en wat peinzen. Mijn jongste kind heeft namelijk aangekondigd dat ze het huis uitgaat zodra ze haar diploma heeft. Dat is over een jaar.

Voor mij wil dat zeggen dat het eind van een bijna dertigjarige klus in zicht komt: het verzorgen van een gezin, het opvoeden van kinderen. Achteromkijkend verbaas ik me dat ik dat heb gedaan, gekund. Ik, die meende nooit kinderen te zullen krijgen, kreeg er vier, en nog één extra die weliswaar niet in ons huis geboren werd, maar wel de sleutel van de achterdeur heeft.
Feestvieren doe je natuurlijk niet in je eentje. Daar zijn meiden voor nodig, liefst zo veel mogelijk. En het moet ook zo laat mogelijk worden. Meisjes van ver blijven dan natuurlijk logeren.

Hoe vaak hebben meisjes, en ook jongens, hier niet gelogeerd? Nog een jaar, dan zal ook dat voorbij zijn.

Het draaide erop uit dat ik Wolly’s nieuwe keukenblad ging bewonderen. Hij was van prachtig zwartmarmer en had een geïntegreerde, magnetische kookplaat, waarvan elke pit voorzien was van een eigen kookwekker. Als je een hardgekookt ei wilde en je toetste 9:00 in, dan sloeg de elektriciteit na exact negen minuten vanzelf af en hoorde je een indringende piep, precies het geluid van mijn telefoon.

Wij hoorden de piep al bij 2:23. ‘Mam, waar is de bieropener?’
‘Wou je bier openen?’
‘Doe niet altijd zo grappig! Waar ligt hij?’
‘In de la, de rechter.’
‘Oké! Doeg!’

Om 4:23 weer een piep. ‘Waarom doet de frituurpan het niet?’
‘Heb je de knop ingedrukt?’
‘Ja, maar hij doet niks. Kun je ook bitterballen bakken in de oven?’
‘Nee, dat wordt niks.’
‘En kipnuggets?’
‘Ook niet.’
‘In de magnetron dan?’
‘Niet doen! Alstublieft!’

Daarna bleef het lang stil. Om 9:00 was het ei gaar, en om 12:00 was ik weer thuis. Terwijl ik uit de auto stapte, zag ik meisjes op mijn tuinpaadje staan, die andere meisjes uitzwaaiden.
‘Hoe was het feest?’
‘O, zó gezellig, maar ik heb blúnders gemaakt, Mam, vreselijk!’
‘Wat heb je gedaan?’
‘Nou, de bierflesjes hadden een draaidop, dus we hadden helemaal geen bieropener nodig! En ik had niet de stekker van de frituurpan in het stopcontact gestoken, maar van de waterkoker! En toen ik daarachter kwam, deden we de frituurpan aan, maar daar zat geen vet in. Waarom zat er geen vet in de frituurpan?’ ‘Omdat ik het eruit heb gehaald. Het was oud vet.’
‘Nou, toen we hem aandeden, werd hij dus wel heet, en na een poosje gooiden we het vet erin …’
‘Na tien minuten,’ zei de logee.
‘… en toen kwam er heel veel lawaai, en spetters, en toen deed hij niets meer. En nu doet hij het nog steeds niet.’
‘Nee, hij doet het nooit meer. Die is doorgebrand.’
'Kapot? Maar dan zit er nieuw vet in een kapotte pan! Zonde!’
‘Het kan er ook wel weer uit.’
'Sorry hoor, Mam. Sorry!'