Hypotheekbegrippen

Home » Financieel, juridisch en makelaarsadvies » Hypotheekbegrippen
Wanneer je van plan bent een hypotheek af te sluiten, komen er nogal wat onbekende termen op je af. Hieronder zijn de belangrijkste begrippen toegelicht.

Afsluitkosten
Alle kosten die je maakt om een hypotheek af te sluiten, zoals afsluitprovisie, notariskosten en taxatiekosten
 
Afsluitprovisie
Bedrag dat de bank in rekening brengt als je een hypotheek afsluit. Meestal 1% van het totale leenbedrag.

Annuleringskosten
Kosten die een bank in rekening kan brengen wanneer je afziet van een hypotheek terwijl je de offerte eerder had geaccepteerd.

Bankhypotheek
Inschrijvingsvorm in de notariële akte die de mogelijkheid geeft om tussentijds de hypotheek te verhogen zonder tussenkomst van de notaris.
 
Boetevrije aflossing
Het bedrag dat je jaarlijks op je hypotheek mag aflossen zonder dat je boeterente hoeft te betalen. Relevant indien je meer wilt aflossen dan je maandelijks verplicht bent. Vaak mag je 10% tot 20% van de oorspronkelijke hoofdsom (hypotheek) boetevrij aflossen.

Bouwrente
De rente die je betaalt vanaf het moment van ondertekening van het koopcontract tot aan de oplevering van jouw nieuwbouwwoning.

Conversiekosten
Kosten die de bank in rekening brengt als je tussentijds de rentevastperiode of de aflossingsvorm wilt wijzigen.

Dagrente
De op het moment geldende rente voor een nieuwe hypotheek.

Eigenwoningreserve
De opbrengst van jouw woning minus de verkoopkosten en minus het saldo van jouw hypotheek. Breng je dit bedrag niet in bij de aankoop van een volgende woning, dan heb je over dit deel geen recht op hypotheekrenteaftrek. De eigen woning reserve vervalt na vijf jaar.

Eigenwoningschuld
Het bedrag van de lening (hypotheek) voor de eigen woning. Aftrekbaar is de rente van lening voor aankoop(kosten), verbouwing en onderhoud van de eigen woning voor afkoop van rechten van erfpacht, opstal en beklemming.
 
Financiële bijsluiter
Wanneer jouw hypotheek onder de norm complexe financiële producten valt, ontvang je een bijsluiter waarin e.a. uitgelegd wordt over de risico's, de kosten en het rendement van het product.

Gesplitste hypotheek
Bij een sociale koopwoning splitst de bank de hypotheek in twee delen: wat je zelf opbrengt en wat wordt afgelost door de jaarlijkse premie van de overheid.
 

Hypotheek afsluiten

Hypotheek begrippen

Hypotheekgever
Degene die zijn huis in onderpand geeft in ruil voor een (hypotheek)lening.

Hypotheeknemer
Bank of instelling die de lening verstrekt.

Overbruggingskrediet
Lening om de periode tot de verkoop van je oude huis te overbruggen, terwijl je al een nieuw huis hebt gekocht. Meestal slechts mogelijk voor een beperkte periode.

Rentegarantie
Hypotheekofferte waarin de aangeboden rente een bepaalde periode blijft gelden, ook als de kapitaalmarktrente tussentijds stijgt.

Renteherziening
Rentevoorstel dat de bank doet tegen de tijd dat jouw rentevaste periode afloopt.
 
Renteopslag
Verhoging van de basisrente die de bank in rekening kan brengen wanneer je leent zonder Nationale Hypotheek Garantie of wanneer je meer leent dan 75% van de executiewaarde.
 
Rentevaste periode
Periode waarin jouw hypotheekrente vastligt, ook al schommelt de marktrente. Bij de meeste hypotheekverstrekkers is de keuze hierin beperkt.
 
Rentevormen
Soorten hypotheekrente, bijvoorbeeld variabel of vast voor een bepaalde periode, met of zonder rentebedenktijd.

Tophypotheek
Hypotheek die hoger is dan de executiewaarde van het huis.

Tweede hypotheek
Hypotheek op de overwaarde van het huis. Wordt vaak een hogere rente voor betaald.
 
Variabele rente
Hypotheekrente die meebeweegt met de rente op de kapitaalmarkt. Is over het algemeen lager dan de rente die voor een of meerdere jaren wordt vastgelegd.

Werkelijke rente
De reële renteopbrengst voor de bank. Dat is meestal meer dan het opgegeven rentepercentage, omdat hierbij ook rekening wordt gehouden met de afsluitprovisie en het moment van rentebetaling.

Lees ook:
Hypotheekvormen »
Juridische begrippen »
Makelaarsbegrippen »
Lees meer over dit thema in het dossier: financieel